Formatieve toets


Voor deze opdracht heb ik gebruik gemaakt van Socrative. Hier heb ik een zelfgemaakte oefentoets gemaakt voor mijn GL-1 klas voor hoofdstuk 3 Getallen. Zo krijgen de leerlingen goed inzicht of ze de stof goed beheersen en wat ze kunnen verwachten tijdens het proefwerk..

Het is een mooi moment om te kijken hoe de klas ervoor staat. Ze kunnen op hun eigen tempo de oefentoets maken en antwoord geven op de vragen. Ik kan, terwijl de leerlingen bezig zijn met de oefentoets, zien hoe ver iedere leerling is en wat de voortgang is. Het nadeel van Socrative vind ik af en toe bij de open vragen. Je moet aangeven welke antwoorden juist zijn en als je 1 woord of getal moet invullen is dat prima te doen, echter als je een zin moet invullen is dat heel lastig. Het jammere vind ik ook dat je naderhand de vragen die wel goedgekeurd moeten worden je niet kan goedkeuren, dit moet je dan klassikaal bespreken en per antwoord aangeven of het juist of onjuist is.

Door deze oefentoets af te nemen krijg ik een realistischer beeld hoe de leerlingen ervoor staan, in vergeleken met bijvoorbeeld Kahoot waar ze onder tijdsdruk staan.

Hieronder staan de vragen met bij iedere vraag een korte uitleg.


Bij vraag 1 heb ik gekozen voor een meerkeuzevraag. Niet meteen een al te moeilijke vraag op het begin. Ze moeten het juiste antwoord aanklikken. Als ze het antwoord hebben aangeklikt, zien de leerlingen of het antwoord juist of onjuist is. Onderaan de antwoorden zien ze ook waarom dit antwoord klopt, dit zet ik er zelf in bij het maken van de oefentoets.

Bij vraag 2 heb ik wederom gekozen voor een meerkeuzevraag. Gaat hetzelfde als bij vraag 1 alleen bij deze vraag moeten ze afronden op 2 decimalen, terwijl ze bij vraag 1 de waarde van een decimaal moesten aangeven.

Bij vraag 3 heb ik wederom voor een meerkeuzevraag gekozen. Bij vraag 3 moeten ze een deel van een hoeveelheid berekenen. Deze vraag om te bekijken of ze de stof beheersen en of ze dit op de juiste manier kunnen berekenen.

Bij vraag 4 heb ik gekozen voor een open vraag. Een moeilijkere vraag waarbij ze zelf het antwoord moeten typen. Als ik een open vraag bedenk moet ik een aantal antwoorden opschrijven wat goed wordt gekeurd. Wijkt er iets kleins vanaf zoals een punt of een komma meer of minder wordt het al fout gerekend, dat vind ik wel jammer.

Dan zie je dat veel leerlingen deze vraag fout hebben terwijl het wel klopt wat ze hebben ingevuld. 

Bij vraag 5 heb ik gebruik gemaakt van een goed of fout vraag. Hierbij hoeven de leerlingen alleen maar aan te geven of de stelling wat ik ze geef goed of fout is. Hier kan ik ook een open vraag van maken, echter maak ik het mezelf dan weer lastig om te bekijken welke antwoord juist of onjuist zijn. Nu geven de leerlingen goed of fout aan en is er maar 1 goed antwoord.

Bij vraag 6 gekozen voor een open vraag. Ik heb bij vraag 1 t/m 3 gekozen voor meerkeuzevragen bij dit onderwerp, echter moeten ze dit zelf ook kunnen typen/opschrijven bij de toets. Dus heb ik ervoor gekozen om een open vraag te kiezen. Bij een meerkeuzevraag hoeven ze minder na te denken dan bij een open vraag natuurlijk. Bij een open vraag moeten ze echt zelf bedenken en bij een meerkeuzevraag staat het juiste antwoord ertussen.

Bij vraag 7 wederom gekozen voor een open vraag om te bekijken hoe goed de leerlingen de stof beheersen. Open vragen zijn altijd moeilijker dan meerkeuzevragen. Als ze de open vraag goed hebben dan hadden ze de meerkeuzevraag ook goed gehad, maar andersom is dit niet altijd het geval bij meerkeuze kan je altijd nog gokken.

Bij vraag 8 weer eens gekozen voor een meerkeuzevraag. Bij de toets krijgen ze ook de vraag: "Vul <, > of = in". Hierbij kan ik dus ook kiezen voor een meerkeuzevraag, dan hoeven ze niet te gaan zoeken naar het juiste teken. Echter kan ik wel zien of ze de stof beheersen en weten welk teken waarvoor staat

Bij vraag 9 gekozen voor een open vraag. Dit teken moeten ze weten waar het voor staat en dit is het makkelijkste en het beste om te testen met een open vraag.

Bij vraag 10 en tevens ook de laatste vraag gekozen voor een open vraag. Even een instinkertje. Ze moeten hier afronden op één decimaal, echter als je 2,97 moet afronden kom je op 3 uit en als je op één decimaal moet afronden wordt het 3. 3 wordt hierbij dus niet goed gekeurd omdat het dan afgerond is op een geheel getal en niet op één decimaal.

Maak een gratis website. Deze website werd gemaakt met Webnode. Maak jouw eigen website vandaag nog gratis! Begin